|



 Gisteren was V-day. Hét hoogtepunt van de vegetarische campagne waar ik mij persoonlijk voor had ingezet. En als ik zeg “inzetten”, dan bedoel ik ook inzetten, want ik stond met een gekke kop én konijnentandjes in de aanslag op de reclame-affiches voor dit weekend. Fsoms fpraat fik fnog fsteedsf feenf fbeetje fzo ...
Mijn aandeel in de vegetarische beurs bestond uit een publiekelijke vegetarische kookles. Voor alle duidelijkheid: ik moest effectief voor een aantal vrijwillige slachtoffers koken … ik hoop uit de grond van mijn hart dat ze vandaag nog in leven zijn!
Maar de campagne was al een hele tijd eerder gestart. Samen met nog een aantal bekende koppen ben ik de uitdaging aangegaan om twee weken lang geen vis of vlees te eten. Na de eerste strubbelingen van honger lijden (omdat groenten nu eenmaal sneller verteren), misverstanden (zit er echt vlees in vleessalade?) en sociaal onbegrip (als ge nu vlees zou eten, dan weet niemand dat toch?), mag ik toch wel met enige trots verkondigen dat mijn opdracht uitstekend gelukt is. Alhoewel. Als ik heel eerlijk ben, moet ik bekennen dat ik één keer op restaurant heb toegegeven heb aan mijn niet-te-onderdrukken zin in scampi’s. Maar ik heb een excuus: het was mijn verjaardag! Gelukkig hebben de mensen van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) mij al vergiffenis geschonken … de verhalen over de folterpraktijken die de strenge veggies erop nahouden, blijken dus toch niet waar te zijn … het ergste waar ze toe in staat zijn is je een vreemd soort groente op te sturen waarvan je zelf de naam mag opzoeken. By the way, de witte langwerpige radijsachtige wortel is dus een daikon. Heb ik nu iets gewonnen?
De verhalen van de andere 14-daagse-vegetariërs zijn ook wel de moeite waard. Zo wist Sabine Appelmans te vertellen dat ze ook één keer gezondigd had maar dat ze er echt niks aan kon doen: de vleesballetjes in haar tomatensoep waren al naar binnen vooraleer ze tot het besef kwam dat vleesballetjes meestal uit vlees bestaan. Ik wou dat ik dat zelf verzonnen had … Minister Byttebier had het grondiger aangepakt. Ze had meteen aan de koks op het kabinet laten weten dat er twee weken lang geen vis of vlees meer op het menu mocht staan. Zo liet ze het hele kabinet mee bekeren tot het veggie-schap. Bijzonder slim, want hoe meer gelijkgezinden, hoe meer vreugd. In mijn geval lag het iets moeilijker. Mijn vrienden konden zich allemaal wel vinden in het nobele doel van veggies: het onnodig dierenleed terugschroeven door wat minder vlees en gevogelte te gaan eten. Maar voor de rest vonden ze het vooral leuk om mij telkens weer met de neus op de feiten te drukken (goh, jammer, er staat geen vegetarisch gerecht op de kaart, ge zult iets speciaals moeten vragen!) en dan zelf gewoonweg hun zin te doen (njam, stoofvlees, dat ga ik bestellen!). Vrienden …
Conclusie van het verhaal: vegetariër zijn is een keuze. Maar best wel een makkelijke. De combinatie dierenliefde en nooit meer een zwaar gevoel in je maag helpen daarbij. Ik ga dus nog even door … leve de V-days!
© Katja Retsin
Lees vorige column(Konijn)
|